Korte samenvatting:
Het is koud. In het bos probeert een kleine marter de winter te overleven. Dan. Pijn. Fel licht. Bloedspetters.
Als hij zich opricht, bevindt hij zich elders, met vele andere dieren. Pas langzaam dringt de waarheid tot hem door. En, meer nog dan de waarheid, het doel van hun samenzijn.
Als hij zich opricht, bevindt hij zich elders, met vele andere dieren. Pas langzaam dringt de waarheid tot hem door. En, meer nog dan de waarheid, het doel van hun samenzijn.
Fragment:
Ik ben Kayla. En jij?’
‘Effil.’
‘Oh juist ja, sorry, ik ben niet goed in het onthouden van namen. Nooit geweest.’
‘Geeft niets. Het zevende leven al, hè?’ Ik kan het treiterige toontje niet onderdrukken. Het is gewoon niet eerlijk dat katten negen levens krijgen en de rest van ons maar één.
‘In je herinneringen ben je nochtans twee eerdere keren de dodendans ontsprongen,’ merkt Kayla fijntjes op.
Verrek, kan dat beest mijn gedachten lezen?
‘Yup.’ Ze klinkt jeugdig en zelfvoldaan. En bovendien nogal menselijk. ‘Komt omdat ik drie jaar bij een mensengroep heb gewoond. Aardig, hoor, tikkeltje overbezorgd. Misschien met reden. Ik was ontsnapt, op zoek naar nachtelijk avontuur,’ ginnegapt ze, ‘en toen zo’n monstermachine. Niets aan te doen. Ik ben nu negen jaar, en al zeven levens heb ik verbeurd.’
Ik weet niet wat ik kan zeggen, dus zwijg ik.
‘Effil.’
‘Oh juist ja, sorry, ik ben niet goed in het onthouden van namen. Nooit geweest.’
‘Geeft niets. Het zevende leven al, hè?’ Ik kan het treiterige toontje niet onderdrukken. Het is gewoon niet eerlijk dat katten negen levens krijgen en de rest van ons maar één.
‘In je herinneringen ben je nochtans twee eerdere keren de dodendans ontsprongen,’ merkt Kayla fijntjes op.
Verrek, kan dat beest mijn gedachten lezen?
‘Yup.’ Ze klinkt jeugdig en zelfvoldaan. En bovendien nogal menselijk. ‘Komt omdat ik drie jaar bij een mensengroep heb gewoond. Aardig, hoor, tikkeltje overbezorgd. Misschien met reden. Ik was ontsnapt, op zoek naar nachtelijk avontuur,’ ginnegapt ze, ‘en toen zo’n monstermachine. Niets aan te doen. Ik ben nu negen jaar, en al zeven levens heb ik verbeurd.’
Ik weet niet wat ik kan zeggen, dus zwijg ik.




