Korte samenvatting:
Het is kerstavond en Marleen zit in haar raam naar buiten te kijken. Ze kijkt naar de kerk bij haar in de straat waar de nachtmis net begonnen is. Dan ziet ze een vrouw die een bundel neerlegt voor de deur. Als de vrouw om de hoek verdwijnt, ziet Marleen dat de bundel beweegt.
Fragment:
´Het was die steelse beweging in het binnenste van de bundel die zat me dwars zat. Het duurde nog minstens drie kwartier voor de kerk uitging, bedacht ik, en het vroor die nacht. Niet hard, een paar graden, meer niet. Maar ook een paar graden vorst kan voldoende zijn om dood te vriezen en ik kreeg het angstige vermoeden dat de bundel een kostbaarheid bevatte die gemakkelijk dood kon vriezen.
Ik was zelf niet fit en daarom aarzelde ik. In oktober van dat jaar was ik ziek geworden, Verkouden, benauwd, grieperig. Te goed om thuis te blijven, te ziek om goed te werken. Kwakkelen, noemde mijn moeder dat vroeger. Ik kwakkelde. In november was ik nog steeds ziek, en in de loop van december werd duidelijk dat ik zo niet beter werd. Ik maakte er zelf niet teveel drukte over, het lukte me om al mijn werk af te krijgen binnen de afgesproken tijd. Daarbij, het was fijn om te werken en niet te hoeven denken aan het ongeluk. Als ik werkte miste ik ze minder. Therapie, dat was het. Toch stuurde de baas me naar huis, enkele dagen voor kerst. Ze had genoeg van mijn gesnotter en wilde dat ik de rustige dagen rond de jaarwisseling gebruikte om uit te rusten, uit te zieken.
´Beter worden dame. Al heb je er de complete maand januari voor nodig. Er gebeurt toch geen donder in januari.´
Stom gedoe.´
Ik pauzeer even, laat de schaal met hapjes nog eens rondgaan. Ik kijk Ger, Sas en Dimitri niet aan, al voel ik best hoe begerig hun ogen op mij gericht zijn. Zoveel over mezelf heb ik nog nooit prijsgegeven. Ik ben best trots op mezelf, ik vertel het verhaal goed en Sas geniet, dat zie ik als onze blikken zich een moment kruisen. Het is nu zaak dat vast te houden, als ik het goed vertel begrijpt zij het misschien. Dat lijkt belangrijk, dat Sas het snapt.
Ik was zelf niet fit en daarom aarzelde ik. In oktober van dat jaar was ik ziek geworden, Verkouden, benauwd, grieperig. Te goed om thuis te blijven, te ziek om goed te werken. Kwakkelen, noemde mijn moeder dat vroeger. Ik kwakkelde. In november was ik nog steeds ziek, en in de loop van december werd duidelijk dat ik zo niet beter werd. Ik maakte er zelf niet teveel drukte over, het lukte me om al mijn werk af te krijgen binnen de afgesproken tijd. Daarbij, het was fijn om te werken en niet te hoeven denken aan het ongeluk. Als ik werkte miste ik ze minder. Therapie, dat was het. Toch stuurde de baas me naar huis, enkele dagen voor kerst. Ze had genoeg van mijn gesnotter en wilde dat ik de rustige dagen rond de jaarwisseling gebruikte om uit te rusten, uit te zieken.
´Beter worden dame. Al heb je er de complete maand januari voor nodig. Er gebeurt toch geen donder in januari.´
Stom gedoe.´
Ik pauzeer even, laat de schaal met hapjes nog eens rondgaan. Ik kijk Ger, Sas en Dimitri niet aan, al voel ik best hoe begerig hun ogen op mij gericht zijn. Zoveel over mezelf heb ik nog nooit prijsgegeven. Ik ben best trots op mezelf, ik vertel het verhaal goed en Sas geniet, dat zie ik als onze blikken zich een moment kruisen. Het is nu zaak dat vast te houden, als ik het goed vertel begrijpt zij het misschien. Dat lijkt belangrijk, dat Sas het snapt.


