![]() |
Biografie:Wanda Bommer (1969) schreef haar eerste verhaal toen ze vijf jaar was. Ze wist zeker dat ze later ‘iets’ met schrijven wilde doen. Daar kwam uiteraard van alles tussen. Haar liefde voor muziek bijvoorbeeld, waardoor ze jarenlang het Nederlandse clubcircuit afschuimde met verschillende bandjes, in uiteenlopende functies. Boeker, tourmanager, drumroadie, chauffeur, merchandiser, of alles tegelijk. Het schrijven bleef trekken, maar verder dan bandbiografieën, fanclubblaadjes en een bureaulade vol ‘eerste bladzijden van een meeslepende debuutroman’ kwam het niet. In 2003 ontdekte ze een grijs exemplaar tussen haar wilde haren en besefte ze dat ‘later’ al lang begonnen was. Ze schreef zich in bij de Schrijversvakschool Amsterdam, zichzelf op die manier dwingend om tijd te maken voor het schrijven. Dat werkte. Begin 2005 debuteerde ze met een kort verhaal in het literaire tijdschrift Hollands Maandblad. Haar examenwerk voor de Schrijversvakschool, de roman Boom, kwam in 2008 uit bij Nijgh & van Ditmar. Sindsdien werkt ze gestaag aan haar nieuwe literaire doel: een boekenplank vol Bommer. Ook haar tweede roman Engel, die eind 2009 verscheen, oogstte louter positieve kritieken. Zo schreef het NRC: ‘Het lukt Bommer schijnbaar moeiteloos wat anderen vruchteloos probeerden: de rauwe romantiek van het rockleven tot leven brengen.’Website |
Parelz: |
Bibliografie:Januari 2005 – Zundert, bedankt! – Kort verhaal in Hollands MaandbladJuni 2005 – Verhagen Import – Kort verhaal in Hollands Maandblad November 2005 – De Wandeling – Kort verhaal bij Uitgeverij Contact Februari 2006 – De Verhalenvanger – Kort verhaal in Hollands Maandblad Januari 2007 – Powerzone – Kort verhaal in Hollands Maandblad Januari 2008 – Boom – Roman bij Nijgh en van Ditmar Januari 2008 – Man en muis – Kort verhaal in Hollands Maandblad Mei 2008 – Purple Rain – Het beslissende album in Wah Wah Oktober 2009 – Engel – Roman bij Nijgh en van Ditmar |
Ik hoorde schrijvers wel eens zeggen dat romanpersonages uit zichzelf handelden. ‘Pietje wilde die kamer maar niet uit.’ Ja ja, dacht ik dan altijd.Wat een interessantdoenerij. Maar tegenwoordig weet ik dat het echt kan gebeuren. Dat jijzelf, de schrijver, oplost in het niets. Dat je onzichtbaar en schijnbaar willoos achter je personages aan zweeft, je verwondert je over dingen die zij doen of zeggen, en dat het verhaal wendingen neemt die je niet aan zag komen. Magisch. |





